Dit is een uitstekend artikel dat het lezen waard is.

Sterrenbeeld

Van Wikipedia, de gratis encyclopedie
Spring naar navigatie Spring naar zoeken
Weergave van de huidige sterrenbeelden van de noordelijke hemel
Sterrenbeelden van de noordelijke hemel, 1515, afbeelding door Albrecht Dürer
Sterrenbeelden van de zuidelijke hemel , 1661, afbeelding door Andreas Cellarius
Interpretatie van schilderij uit het stenen tijdperk in de grot van Lascaux als verwijzing naar sterren in de zomerdriehoek
Reproductie van de onderliggende scène-achtige weergave
Het sterrenbeeld "Aartsengel Michaël" is te vinden in Julius Schiller's sterrenatlas Coelum Stellatum Christianum

In de hedendaagse astronomie wordt onder een sterrenbeeld verstaan ​​een gebied van de sterrenhemel dat wordt afgebakend van andere delen van de hemel in relatie tot een sterrenreeks van vrij zichtbare heldere sterren ( patroonherkenning ). Voor het zicht op de hemel vanaf de aarde, in bolastronomie aan het begin van de 20e eeuw, werden met internationale overeenstemming de grenzen van 88 sterrenbeelden gedefinieerd, waarmee het gebied van de hemelbol volledig is verdeeld zodat hemelse instanties kunnen eenvoudig worden toegewezen.

Met het blote oog, zonder hulpmiddelen, aan de sterrenhemel, op enkele uitzonderingen na - zoals de Andromedanevel - zijn alleen sterren te zien die tot ons melkwegstelsel, de Melkweg , behoren. Heldere sterren werden al in het Neolithicum gebruikt voor visuele oriëntatie, gegroepeerd in groepen sterren en gezien als figuren, mythologisch geïnterpreteerd in de vroege oudheid en toegewezen aan mythische figuren, dieren of objecten sinds de oudheid. Een bekend voorbeeld is de zogenaamde Big Bear (Ursa maior) of een deel daarvan als de Big Dipper , waarvan de twee boxsterren de richting naar de Poolster aangeven.

De sterren van zo'n sterformatie of een sterrenbeeld hebben vanaf de aarde gezien relatief kleine hoekafstanden van elkaar en staan ​​daarom relatief dicht bij elkaar in de zin van de hemelcoördinaten van de bolastronomie. Deze buurt is echter slechts een schijnbare. Door hun parallax te meten kan voor individuele sterren de afstand tot het zonnestelsel worden bepaald, voor de sterren in een sterrenbeeld kan deze vele malen verschillen (zie bijvoorbeeld de sterrenlijst van Orion ). Zo kunnen sterren een grotere afstand hebben tot andere sterren in hetzelfde sterrenbeeld dan tot de zon. Aan de andere kant kunnen twee sterren van verschillende sterrenbeelden daadwerkelijk dichter bij elkaar staan ​​dan ogenschijnlijk dicht bij elkaar staande sterren van hetzelfde sterrenbeeld.

In veel culturen waren sterrenbeelden een belangrijk oriëntatiemiddel en vooral belangrijk voor de zeevaart. Tegenwoordig zijn ze duidelijk gedefinieerd voor het in kaart brengen van de lucht en de lokale toewijzing van objecten. De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft de constellatiegrenzen gedefinieerd op basis van hemelcoördinaten en gebruikt deze onder meer voor de geschatte locatie van variabele hemellichamen zoals meteoren of novae . Star treinen worden ook wel aangeduid als constellaties, ster sterrenbeelden die niet precies worden gedefinieerd als asterisme. Deze term omvat ook de historische sterrenbeelden van de westerse astronomische geschiedenis en de sterrenbeelden van andere culturen.

Sterrenbeelden zijn te vinden in bijna alle culturen en zijn terug te voeren tot de vroeg geavanceerde beschavingen . Een bijzondere rol spelen mensachtige figuren (zoals Orion), driehoeken tot zeshoeken en langere rijen sterren (zoals Andromeda, vijfsterrenrij , waterslang) of stertreinen (draak, slang, Eridanus). De sterrenbeelden van vandaag gaan terug tot twaalf Babylonische en oude Egyptische sterrenbeelden , die in het oude Griekenland werden uitgebreid tot 48. Meer werden geïntroduceerd tussen 1600 en 1800. Sinds 1922 zijn er 88 internationaal erkende sterrenbeelden gebruikt, waarvan de grenzen in 1928 officieel werden bepaald door de IAU, na voorbereidend werk van Eugène Delporte . [1] [2]

Astrognosie is het gebied van de astronomie dat zich bezighoudt met sterrenbeelden en sterrentreinen. De namen van de sterrenbeelden zijn belangrijk voor de systematische naamgeving van sterren met Griekse letters ( alfa , bèta , gamma , ... ) en de Latijnse naam van het sterrenbeeld, b.v. B. Alfa Centauri .

Definitie van het sterrenbeeld sterrenbeeld - asterisme

Schiff Argo - een historisch sterrenbeeld van de zuidelijke hemel - vandaag verdeeld in drie kleinere sterrenbeelden
Het asterisme Big Dipper in het sterrenbeeld Ursa Major (Ursa Major "grotere beer") is in het Amerikaans-Engels Big Dipper ("Big scoop")

Als asterisme (van het Latijnse astrum van Grieks ἄστρον astron "constellatie, ster, ster") wordt in de astronomie een groep (meestal heldere) sterren genoemd, die - verbonden met denkbeeldige verbindingslijnen (" stertreinen ") - een opvallende vorm of figuur op hemelvormen. Een asterisme kan deel uitmaken van een sterrenbeeld en bestaan ​​uit naburige sterren (voorbeelden zijn de “Grote Beer” als onderdeel van het sterrenbeeld Grote Beer of de “gordel” van Orion); maar het kan ook opvallende sterren uit verschillende sterrenbeelden bevatten, zoals de zomerdriehoek of de winterzeshoek , waarvan de sterren over een groot deel van de hemel zijn verspreid. [3] Kenmerkend voor een asterisme is zijn opvallendheid, daarom zijn zwakke, onopvallende sterrenbeelden geen asterismen. Af en toe echter historische sterrenbeelden die eerder op sterrenkaarten waren vastgelegd, zoals. B. het sterrenbeeld " Schiff Argo ", aangeduid als asterismen. [4]

Bovendien zijn er in de kaartsystemen van andere culturen, bijvoorbeeld in de oude Indiase of Chinese astronomie of die van de Maya's, sterrenbeelden waarin totaal verschillende figuren worden herkend.

Betekenis van de sterrenbeelden

Sterrenbeelden worden alleen subjectief aan de waarnemer gepresenteerd.De indruk dat de sterren van een sterrenbeeld dicht bij elkaar aan de hemel staan, is gebaseerd op het projectie-effect .

De twaalf tekens van de dierenriem , die teruggaan op de Babylonische sterrenbeelden van de ecliptica , vormen een van de fundamenten van de astrologie . Aangezien de sterrenbeelden sindsdien ongeveer 30 graden zijn verschoven als gevolg van de precessie tegen de tekens van de dierenriem, komen ze echter niet meer overeen, en de westerse astrologie verwerpt over het algemeen de interpretatie met betrekking tot werkelijke sterrenbeelden (siderische astrologie) ( dierenriem ).

Sterrenbeelden en asterismen komen ook voor in Griekse didactische gedichten over de loop van het jaar en de landbouw, waar ze worden gebruikt om de seizoenen te classificeren.

In de astronomie worden sinds de oudheid sterrenbeelden in sterrencatalogi gebruikt om posities aan te geven . Rond 1800 verdeelden sterrencatalogi de hemellichamen nog in de sterrenbeelden, maar kort daarna stapte men over op een zuivere positiespecificatie met rechte klimming en declinatie . Maar de astronomische nomenclatuur van de zichtbare sterren in de Bayer/Flamsteed-code van 1603 en 1712 is, afgezien van hun triviale namen, nog steeds gebaseerd op dit systeem van gebieden van de sterrenhemel , zoals Alpha Centauri na het sterrenbeeld centaur.

Ondanks hun relatief geringe belang vandaag de dag, hebben sterrenbeelden niets van hun fascinatie voor de waarnemer van een donkere sterrenhemel verloren en spelen ze een belangrijke rol in de popularisering van de astronomie. Zij gebruikt de didactiek van de sterrenkunde - in samenhang met de daarbij behorende sterrenverhalen - om jongeren enthousiast te maken voor "astronomie" en hen op basis van historische ontwikkelingen kennis te laten maken met de moderne sterrenkunde.

Oorsprong van de sterrenbeelden

Schematische weergave van het tempelreliëf in Dendera , 1e eeuw voor Christus. Chr.

Sterrenbeelden bestonden waarschijnlijk al in de prehistorie. In ieder geval zijn er sterrenbeelden bekend van de meeste culturen die antropologisch nog onderzocht konden worden in een pre-IJzertijd en geschrevenloos stadium, zoals de sterrenbeelden van de Noord-Amerikaanse Indianen, de Aborigines en de San in zuidelijk Afrika. Hoe ver de eerste sterrenbeelden teruggaan in de Europese vroege geschiedenis is onbekend, maar het is mogelijk dat in de stierenhal van de grot van Lascaux al een complete dierenriem is afgebeeld. [Bron?] De identificatie van een groep punten boven de oeros als de Pleiaden lijkt waarschijnlijk, aangezien zowel de positie ten opzichte van de oeros ( bull ) als de relatieve posities van de zes punten ten opzichte van elkaar overeenkomen met die van de Pleiaden. Dit vereist echter de impliciete aanname om een ​​sterrenbeeld in de oeros te identificeren. In oude Egyptische graven zijn er ook af en toe afbeeldingen van sterrenbeelden, bijvoorbeeld in het graf van Seti I ( KV 17 ). De afbeeldingen afgebeeld in de tempel van Dendera in de eerste eeuw voor Christus tonen de Egyptenaar al samen met de Babylonische dierenriem.

Oude sterrenbeelden

Presentatie van Cepheus op een Aratusabschrift uit de 9e eeuw

De eerste beveiligde sterrenbeelden van vandaag, vooral die welke ook worden gebruikt in astrologische sterrenbeelden , gaan terug naar de oude Egyptenaren en Babyloniërs . De eerste van deze sterrenbeelden van de dierenriem verschijnen al in het derde millennium voor Christus. Chr. Op. Een eerste volledige dierenriem ontstond rond 410 voor Christus. Het schijnbare samenvallen ( conjunctie ) van planeten en sterren van individuele sterrenbeelden werd waargenomen, zoals Aristoteles in de 4e eeuw voor Christus. Gerapporteerd in zijn werk Meteorologica . [5]

De sterrenbeelden van vandaag vielen ongeveer 2100 jaar geleden ongeveer samen met de overeenkomstige sterrenbeelden, maar zijn in de loop van de precessie tegen hen verschoven. Van een dertiende sterrenbeeld dat door de ecliptica is gesneden, Slangendrager , steekt slechts één voet boven de ecliptica uit.

Met zijn kadaster beschreef Eratosthenes de causale vorming van 44 sterrenbeelden, een paar eeuwen later beschreef Ptolemaeus 48 sterrenbeelden. De sterrenbeelden zijn voornamelijk vernoemd naar figuren, mensen en voorwerpen uit de Griekse mythologie . Beiden staan ​​dus in een literaire traditie, die vooral in de middeleeuwen werd doorgegeven via de didactische gedichten Phainomena (hemelverschijnselen) van Aratos van Soloi en het Poeticon Astronomicon van Hyginus . De Ptolemaeïsche sterrencatalogus van de Almagest , waarin de sterren die bij de foto's horen zijn vermeld, is aanvankelijk alleen bekend in de Arabische wereld en is sinds de 12e eeuw verspreid naar de Latijnse wereld door vertalingen uit het Grieks en Arabisch. Veel van de sternamen die tegenwoordig worden gebruikt, gaan terug naar Arabische geleerden, maar geen nieuwe sterrenbeelden. De islamitische wereld heeft deze uit de oudheid overgenomen, oudere pre-islamitische sterrenbeelden verdwijnen en worden slechts gedeeltelijk doorgegeven als afbeeldingen, bijvoorbeeld al-Soefi beeldt Cassiopeia af samen met de bedoeïenenconstellatie kameel.

Het huidige sterrenbeeld Haar der Berenike stond in de oudheid bekend als asterisme , maar werd niet als een apart sterrenbeeld beschouwd, maar als onderdeel van de Leeuw . De "troon van Caesar ", die door Augustus aan de hemel werd geplaatst, werd na de oudheid niet meer gebruikt. Het traditionele sterrenbeeld Antinous daarentegen, dat de Romeinse keizer Hadrianus introduceerde ter ere van zijn favoriet die stierf in de Nijl (volgens de legende offert Antinous zichzelf op om het leven van Hadrianus te verlengen), werd aanvankelijk beschouwd als asterisme en als onderdeel van de adelaar en werd pas een deel van het moderne tijdperk dat als een afzonderlijk sterrenbeeld werd vermeld. Tegenwoordig wordt het echter niet meer gebruikt. Aangezien Antinous werd afgebeeld in de klauwen van de adelaar, werd het sterrenbeeld ook af en toe gezien als Ganymedes , wiens mythe zo'n afbeelding past.

Moderne extensies

Planisphaerium Coeleste door Georg Christoph Eimmart , 1705, kopie uit 1730

In moderne tijden werden voor het eerst andere sterrenbeelden geïntroduceerd aan de zuidelijke hemel , die in de oudheid onbekend was voor Europeanen. In de Uranometria van 1603 nam Johann Bayer enkele sterrenbeelden over van de hemelglobes van Petrus Plancius , die ze op zijn beurt afschilderde als de eerste op zijn hemelbollen volgens beschrijvingen door de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser en Frederick de Houtman . Vaak wordt Bayer echter genoemd als degene die deze sterrenbeelden heeft geïntroduceerd, vermoedelijk omdat zijn uranometria veel wijdverspreid was. Bayer neemt echter slechts dertien van de Plancius-sterrenbeelden over, het kruis weglatend. De nu bekende sterrenbeelden Giraf en Eenhoorn werden pas in 1612 gepubliceerd (ook door Plancius).

Deze drie sterrenbeelden verschijnen, samen met andere door Plancius, die vandaag de dag niet meer worden gebruikt, eerst door Jacob Bartsch in 1624, sommige ervan werden uiteindelijk overgenomen door Johannes Hevelius in zijn atlas Firmamentum Sobiescianium, gepubliceerd in 1687, die verdere afbeeldingen definieert. In onwetendheid van het werk van Plancius worden de giraf, het kruis en de eenhoorn af en toe toegeschreven aan Hevelius, Bartsch of de anders weinig bekende astronoom Augustin Royer . Hevelius droeg zijn sterrenatlas op aan zijn koning, Jan III. Sobieski , en plaatste de heraldische schild van zijn huis als een constellatie schild in de zomer hemel. De frontispice toont Hevelius met het nieuwe sterrenbeeld, voor de muze Urania in een kring van beroemde astronomen. Rond 1750 breidde Nicolas Louis de Lacaille , na een observatiereis naar Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika, de sterrenbeelden van de zuidelijke hemel uit met voornamelijk thematische sterrenbeelden die de technische vooruitgang moesten symboliseren, zoals de chemische oven of de luchtpomp . Naast twaalf nieuwe sterrenbeelden is de verdeling van het “schip Argo” in de scheepszeilen (Vela), achterdek (Puppis) en kiel (Carina) op hem terug te voeren. In dit deel van de lucht introduceerde Lacaille ook een ander nautisch sterrenbeeld, het kompas .

Sterrenbeelden worden niet meer gebruikt

Omslagfoto van het Coelum Stellatum Christianum

Julius Schiller probeerde in 1627 door het publiceren van een gekerstende sterrenatlas, de Coelum Stellatum Christianum , om de heidense sterrenbeelden te vervangen door figuren uit de Bijbel en heiligen, met behulp van Bayer's cataloguscoördinaten en deze te verbeteren en uit te breiden in samenwerking met Bayer. De dierenriembeelden werden bijvoorbeeld de apostelen . De poging werd niet erg goed ontvangen, maar in ieder geval werden de Schiller-sterrenbeelden afgebeeld op twee platen door Andreas Cellarius in zijn artistieke meesterwerk Harmonia Macrocosmica , natuurlijk samen met de conventionele sterrenbeelden op andere platen. [6] Bayer, naar wie Schiller verwees, liet in de bewerking van Plancius de enige oorspronkelijk christelijke sterrenbeelden, het kruis en de eenhoorn, weg. Jakob Bartsch ondernam een ​​minder radicale poging tot kerstening, die in 1624 in zijn boek Usus Astronomicus bijbelse verwijzingen maakte naar de bestaande sterrenbeelden.

Het voorbeeld van Hevelius met het schild werd in de loop van de volgende 150 jaar door talrijke hofastronomen gevolgd en plaatste insignes van hun respectieve heersers in de lucht. De meer bekende sterrenbeelden die in hemelatlassen zijn verschenen, zijn de Brandenburger Scepter of de Koninklijke Stier van Poniatowski , terwijl andere, behalve in de originele inwijdingsdocumenten, nooit op een sterrenkaart zijn verschenen en voornamelijk werden gebruikt om de carrière van de respectieve hof astronoom. Het sterrenbeeld Schild zelf is het enige van deze politieke beelden dat vandaag de dag nog wordt herkend.

In 1754 stelde John Hill, vermoedelijk met satirische bedoelingen in het licht van de talrijke hedendaagse uitbreidingen, 13 andere sterrenbeelden voor die, volgens het tijdsbesef, waren gewijd aan lagere wezens, bijvoorbeeld de pad, de regenworm of de spin. De grap bleef onopgemerkt in de professionele wereld. In 1789, na de ontdekking van Uranus , plaatste Maximiliaan Hell een monument voor de ontdekker door twee nieuwe sterrenbeelden te introduceren, de grote en kleine Herschel-telescoop , waarvan alleen de grote, tussen Tweelingen en Auriga , langer op de sterrenkaarten stond. Opstellingen werden soms geïntroduceerd zonder enige politieke, wetenschappelijke of zelfs speciale motivatie. Jérôme de Lalande stichtte het sterrenbeeld Felis , dat hij in 1799 introduceerde, met "Ik hou heel veel van deze dieren [...] De sterrenhemel heeft me genoeg werk gegeven, nu kan ik er een grapje mee maken." Om Voltaire te weerleggen, die niet van katten hield en tijdens zijn leven had gelasterd dat de kat niet een van de vele dierensterrenbeelden was.

Aangezien er sinds de uitvinding van de telescoop steeds meer sterren en nevels zijn gevonden en gecatalogiseerd, waren deze nieuwe sterrenbeelden nodig om het overzicht te behouden, vooral omdat de oude sterrenbeelden delen van de hemel zijn die voor het blote oog onspectaculair (maar niet zonder sterren) lijken oog, laat het gewoon weg. Het aantal bekende objecten nam zo sterk toe dat te veel van deze uitbreidingen onpraktisch bleken, en dus verdwenen de latere weer. Een eerste stap in de richting van standaardisatie en algemene erkenning van de sterrenbeelden werd gezet op het eerste congres van Europese astronomen in 1798, waar veel van de in de voorgaande jaren voorgestelde sterrenbeelden werden afgewezen en andere werden voorgesteld. In een sterrenatlas uit 1801 van Johann Elert Bode , die aan het congres deelnam, worden in totaal 99 sterrenbeelden ingevoerd, zoals de "heteluchtballon", de "drukkerswerkplaats", de " noordvlieg " of de " kat ". ”.

Zelfs nadat de sterrenbeelden in 1928 waren vastgesteld, waren er af en toe suggesties voor het hernoemen van sterren en sterrenbeelden. Het boek "A better sky" van Alan Patrick Herbert, gepubliceerd in Groot-Brittannië in 1944, werd beroemd, waarin hij voorstelde de sterrenbeelden en bijna 300 sterren te hernoemen naar meer hedendaagse namen, omdat deze toegankelijker zijn voor mensen. Orion zou bijvoorbeeld "The Sailor" worden en zijn sterren zouden worden hernoemd naar zeilers als James Cook . Vijf sterren in Draco , omgedoopt tot "The Tyrants", zouden de namen van Attila , Hitler , Mussolini , Robespierre en Kublai Khan dragen . [7] Otto Sigfrid Reuter publiceerde in 1934 naar verluidt Germaanse sterrenbeelden. [8]

De sterrenbeelden van vandaag

In 1922 stelde Henry Norris Russell een lijst voor van drieletterige afkortingen voor 89 sterrenbeelden, waarin zowel het "schip Argo" als zijn onderdelen werden vermeld. Russells redenen voor zijn keuze zijn niet doorgegeven, maar hij was waarschijnlijk beperkt tot de foto's waarvan de namen van de sterren werden vermeld in de Harvard Revised Catalogue , een standaardwerk uit die tijd. Op de eerste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Rome stelde Russell de lijst voor aan andere astronomen die deze positief ontvingen, en het werd steeds gebruikelijker. Onafhankelijk voorgestelde afkortingen van twee en vier letters hadden echter geen voorrang. De sterrenbeelden worden vandaag de dag nog steeds afgekort door de drie letters die Russell voorstelde, b.v. B. met de aanduiding van sterren: De hoofdster in de zwaan (Cygnus), α Cygni wordt afgekort α Cyg.

Grenzen aangeven

Op de eerste algemene vergadering in 1922 werd het aantal sterrenbeelden vastgesteld op 88. Op de tweede in Cambridge in 1925 kreeg de Belgische astronoom Eugène Delporte de opdracht om de exacte grenzen van deze sterrenbeelden te bepalen om elke hemelcoördinaat duidelijk aan een sterrenbeeld te kunnen toewijzen. Delporte definieerde de grenzen volgens de coördinaatcirkels van het tijdperk van 1 januari 1875. Naburige punten van de resulterende lijnen hadden dezelfde declinatie of dezelfde rechte klimming. Daartoe kon hij voortbouwen op het voorbereidende werk van Benjamin Gould , die, na het inspecteren van de zuidelijke hemel in zijn werk Uranometria Argentina, de sterrenbeelden rond de zuidelijke hemelpool al had uitgezet volgens de coördinaten van 1875. Op de derde algemene vergadering in Leiden in 1928 werden de exacte limieten goedgekeurd en uiteindelijk vastgesteld door de IAU. Het werk van Delporte ging in 1930 naar de pers (zie literatuur). Om ervoor te zorgen dat de toewijzing van objecten aan de sterrenbeelden niet verandert door precessie , moeten de coördinaten van de grenzen voor elk tijdperk worden berekend en niet meer precies op coördinaatcirkels lopen. Als gevolg hiervan moeten vandaag de grenspunten tussen de hoeken worden geïnterpoleerd.

Veranderingen

Het enorme sterrenbeeldschip Argo, genoemd naar het schip uit de Argonauten-sage , werd uiteindelijk verdeeld in Vela (het zeil), Puppis (het achterdek) en Carina (de kiel) en van de lijst met sterrenbeelden verwijderd. Deze drie sterrenbeelden hebben dus maar één set Bayer- sternamen : Er is bijvoorbeeld α Auto, namelijk Kanopus , maar geen α Pup of α Vel. Evenzo springen de Griekse letters heen en weer tussen de twee niet-verwante delen van Serpens (Serpentis caput en Serpentis cauda). De sterren γ Aur en δ Peg bestaan ​​helemaal niet of worden nu β Tau en α And genoemd. Vroeger hadden ze beide namen naast elkaar, maar voor de duidelijkheid mag dat tegenwoordig niet meer.

Geometrische eigenschappen

Een eenvoudige geometrische figuur van het sterrenbeeld grenst als een ( bolvormig ) vierkant bijna alleen in het zuiden, en hier negen keer, terwijl een tiende op de evenaar ligt (sterrenbeeld Sextans ). De meeste begrenzende polylijnen hebben een aanzienlijk groter aantal hoeken en zijden. Het uiterste vertegenwoordigt een veelhoek met niet minder dan 50 hoeken of zijden, gedefinieerd voor de afbakening van het sterrenbeeld Draco (draak). Het grootste gebied van een bolvormige veelhoek heeft het sterrenbeeld Hydra met 1302,84 vierkante graden , gevolgd door Maagd , Ursa Maior , Cetus en Hercules (allemaal meer dan 1200 vierkante graden). Het grootste zuidelijke sterrenbeeld is Centaurus , gevolgd door Boogschutter en Puppis . In verhouding tot het totaal van alle 88 sterrenbeelden ligt Phoenix (469,32 vierkante graden) het dichtst bij de gemiddelde oppervlakte van 468,8 vierkante graden (de volledige ruimtehoek van de hemelbol is iets minder dan 41.253 vierkante graden). De kleinste is Crux (68,45 vierkante graden) en dan Equuleus (71,64 vierkante graden). De extreme afmetingen van Crux en Hydra worden ook weerspiegeld in het extreme aantal buren. Crux heeft er maar 2, terwijl Hydra 12 echte buren heeft en één nepbuur die op een gegeven moment wordt aangeraakt. Er zijn slechts 4 van dergelijke nepcontactpunten, waarvan één in de noordelijke hemel (in de buurt van α Lyncis ).

In het verleden werden de sterrenbeelden geclassificeerd volgens hun relatie tot de ecliptica , zo waren er de ecliptica- sterrenbeelden en de sterrenbeelden ten noorden van de ecliptica en de zuidelijke sterrenbeelden. Deze classificatie is te vinden tot het midden van de 20e eeuw. Het werd aanvankelijk bepaald door traditie, later door de noodzaak om het gebied langs de ecliptica afzonderlijk en grondig te catalogiseren voor het zoeken naar asteroïden . Inmiddels is deze indeling niet meer degene die nu in gebruik is en ten noorden van de noordelijke sterrenbeelden de hemelevenaar wordt genoemd.

Asterismen en sterrenbeelden uit andere culturen

Oude Chinese sterrenkaart

Alle culturen kennen asterismen. Het bekendste asterisme in de westerse wereld is de grote beer, waarvan de sterren deel uitmaken van de Grote Beer . In sommige westerse culturen wordt hetzelfde sterrenbeeld anders genoemd, bijvoorbeeld Big Dipper ("grote lepel") in de VS. Bekende asterismen zijn ook de zomerdriehoek en de winterzeshoek . De meest bekende wereldwijd en voor millennia is de sterrenhoop van de Pleiaden , waarvan het begrip als een onafhankelijke groep in bijna elke cultuur kan worden aangetoond. Asterismen kunnen in de loop van de tijd sterrenbeelden worden, zoals gebeurde met Berenike's haar .

De oude Egyptenaren verdeelden de hemel minder volgens sterrenbeelden, er zijn er maar weinig bekend en deze vallen niet samen met de moderne westerse. In China volgden ze een andere traditie, de Chinese sterrenbeelden zijn kleiner dan de westerse, alleen de ecliptica komt uit de Chinese traditie in 28 宿, Xiù - "woningen" verdeeld volgens de afstand die de maan per dag aflegt. Er zijn vergelijkbare indelingen met 28 segmenten in India en in de islamitische wereld, maar ze worden niet geassocieerd met figuratieve voorstellingen zoals de sterrenbeelden. De weergave op Chinese sterrenkaarten is ook niet figuratief voor de andere daar bekende sterrenbeelden, maar, zoals in de modernere westerse sterrenkaarten, door sterren die verbonden zijn met lijnen. Naast astronomische sterrenkaarten zijn in deze traditie ook sterrenkaarten voor zeevaart bewaard gebleven.

Voor de Azteken speelde het sterrenbeeld van de brandoefening een grote rol in een vernieuwingsceremonie die elke 52 jaar plaatsvindt. Welke sterren dit hebben gevormd, is tegenwoordig controversieel. Er zijn maar weinig van de Azteekse sterrenbeelden bekend, en er zijn er maar een paar aan de hemel te vinden.

De pre-islamitische bedoeïenensterrenbeelden van Arabië zijn ook slechts in uitzonderlijke gevallen bekend en zijn gelokaliseerd in de lucht.

Scriptloze culturen

De Australische Aboriginals en de San (Bosjesmannen) in zuidelijk Afrika kennen andere beelden dan de beelden gevormd door sterren. De donkere stofwolken voor de band van de Melkweg worden door de Aboriginals herkend als emu , door de San als een struisvogel , met de kolenzak als het hoofd en de stofbanden voor de Melkweg in Boogschutter als de lichaam. Dit zijn de grootste "ster"-afbeeldingen aan de hemel. Bovendien kennen de Aboriginals in ieder geval andere donkere sterbeelden.

De volkeren van de Stille Oceaan noemden slechts een paar sterren en sterrenbeelden. Naast de Pleiaden , waarvan de zichtbaarheid aan de oostelijke avondhemel het begin van het jaar markeert, worden dingen uit de dagelijkse omgeving en het zeeleven vereeuwigd als sterrenbeelden. Hoewel sommige sterrenbeelden congruent zijn met de westerse, zijn de grenzen van de meeste verschillend.

De bewoners van het eiland Manus ten noorden van Papoea-Nieuw-Guinea kennen onder meer de volgende beelden nog: De gordelsterren van Orion zijn kanovaarders, de zuidelijke kroon is een net, de Eridanus-rivier is een visnet. Een gigantisch sterrenbeeld is de vogel met de sterren Sirius , Canopus en Prokyon . Zu den Meerestieren zählen die Krabbe ( Nördliche Krone ), und als Fische der Hai (Teile des Schützen und des Skorpions ), der Stachelrochen (der Teil des Skorpions mit den Scheren) und weitere Fischarten, die zum Beispiel im Delphin oder in einigen Sternen des Zirkels gesehen werden. Mit den Sternbildern sind keine Sagen verbunden, sondern höchstens kurze Geschichten, die sich in wenige Worte fassen lassen. Besonders die Fischsternbilder spielen hierbei eine interessante Rolle. In der Hauptfangsaison steht keines davon am Himmel, sondern nur wenn sich das Fischen nicht lohnt. Die Sternbilder am Himmel symbolisieren so die Abwesenheit der Fische im Meer. Auch der Beginn des Monsuns wird in Verbindung mit dem dann gerade aufgehenden Sternbild Vogel gebracht. Anders als andere Kulturen benutzten die Manus die Sternbilder nicht zur Navigation , weil man nach ihrer Aussage „jeden Stern nehmen kann, denn sie bewegen sich alle gleich“.

Siehe auch

Literatur

chronologisch. Neueste zuerst.

Weblinks

Commons : Sternbilder – Sammlung von Bildern, Videos und Audiodateien
Wiktionary: Sternbild – Bedeutungserklärungen, Wortherkunft, Synonyme, Übersetzungen

Einzelnachweise

  1. http://www.ianridpath.com/iaulist1.htm
  2. http://www.iau.org/public/constellations/
  3. Siehe Eintrag Asterism in COSMOS - The SAO Encyclopedia of Astronomy .
  4. Zur Unterscheidung zwischen Sternkonstellation und Asterismus siehe auch Z. Prnjat, M. Tadić: Asterism and constellation: Terminological dilemmas.
  5. Aristoteles: Meteorology , Teil 6, Buch I, um 350 vor Christi Geburt, ins Englische übersetzt von Erwin Wentworth Webster (* 1880; † 1917), abgerufen am 29. Juni 2021
  6. Andreas Cellarius: Harmonia Macrocosmica Sev Atlas Universalis Et Novus. Totius Universi Creati Cosmographiam Generalem, Et Novam Exhibens. ( Memento vom 14. August 2011 im Internet Archive ) Amsterdam 1661, S. 161–168 (Coeli Stellati Christiani Hemisphaerium prius), S. 169–185 (Coeli Stellati Christiani Hemisphaerium posterius), Sternkarten zwischen S. 160/161, 168/169.
  7. Sternbilder und Sternzeichen im Astrodicticum simplex von Florian Freistetter auf ScienceBlogs (inkl. Sternenkarte auf Seite 2)
  8. Otto Sigfrid Reuter: Germanische Himmelskunde. Untersuchungen zur Geschichte des Geistes. Lehmann, München 1934.